In 1986 begon Joke van Grootheest te werken aan haar project "Op reis naar Afrika" in het Haagse Museon. Vier jaar vervulde ze de functie van conservatrice op de afdeling Geschiedenis en Archeologie en organiseerde ze tentoonstellingen over uiteenlopende onderwerpen en vervaardigde ze educatief materiaal. Een belangrijk deel van de collectie in het Museon bestaat uit materiaal uit de periode van de tweede wereldoorlog.
Joke werkte onder andere aan de tentoonstelling "Getekend – Nederlanders in
Japanse kampen" en ook "Kind in oorlog" die over de oorlogsbelevingen van kinderen gaat en over hun herinneringen aan deze periode. Met de geschiedenis van Polen kwam ze de eerste keer in aanraking toen ze haar kennis uitbreidde over de periode van de bezetting, holocaust en de concentratiekampen.
Ze werd gefascineerd door het land en de inwoners en raakte ervan bewust dat de kennis van Nederlanders over het onderwerp Polen erg beperkt is en zelfs vervormd, vooral omdat het een erg traumatische periode van de geschiedenis betreft. Toen kwam ze op de gedachte om tentoonstellingen te maken die Nederlanders in aanraking met Polen zouden brengen, maar ook met de cultuur en het toenemend aantal Polen in Nederland.
Joke van Grootheest organiseerde dit jaar zo'n tentoonstelling in het Haagse Museon en noemde haar: "Polen, onze buren". De tentoonstelling presenteerde de Poolse geschiedenis en cultuur, toonde portretten van grote Polen en vertelde de geschiedenis van enkele generaties Poolse emigranten. Hierdoor werd tegenwicht geboden tegen het eenzijdige, negatieve beeld van Polen in de Nederlandse media.
Dankzij de volharding en de overtuigingskracht van Joke, ondanks de reserves van de kant van de gemeente Den Haag, werd de tentoonstelling tweetalig: Pools-Nederlands. Dat was een vriendelijk gebaar tegenover de Poolse gasten die de tentoonstelling bezochten. Tijdens de tentoonstelling vonden veel bijeenkomsten plaats over Poolse onderwerpen, maar ook lezingen, workshops en filmvertoningen.
Dankzij Joke kon het Nederlandse publiek kennismaken met onder andere Poolse Paastradities, kon men de Polonaise leren dansen, kon men uit eerste hand luisteren naar het leven achter het IJzeren Gordijn en kennismaken met de Poolse schilderkunst, ambachten en muziek. Het enthousiasme van Joke om de kennis over de Poolse cultuur en recente geschiedenis uit te dragen, straalde ze ook uit tijdens de kinderboekenweek in het Museon. Als held koos Joke de beer Wojtek, deze beer werd door Poolse soldaten van generaal Anders geadopteerd. Nederlandse kinderen leerden de beroemde beer van het Tweede Poolse Legercorps kennen, de soldaten namen hem als levende mascotte mee op de gevechtsroute, onder andere bij de strijd om Monte Cassino. Tegelijkertijd kwamen de kinderen veel te weten over de lotgevallen van Poolse soldaten tegen de achtergrond van de gecompliceerde politieke situatie in het toenmalige Europa.